Prachtig en rustig gelegen in een golvend, bosrijk landschap vlakbij Oosterbeek ligt cisterciënzer abdij Koningsoord. Een 30-tal zusters Trappistinnen verhuisden in 2009 naar deze plek omdat, door de stadsuitbreiding van Tilburg, Berkel-Enschot geen geschikte plek meer was voor een contemplatieve orde. Wandel naar Jezelf organiseert sinds 2013 retraites in dit nieuw gebouwde klooster. Stilte en gebed vormen het hart van het bestaan van de zusters.

Het loopt tegen kerst 2017 als ik zuster Wendelien ontmoet voor het interview in een van de spreekkamers van de abdij. Zij is een van de jongere zusters, een spontane vertelster. We zitten net, als ze wordt opgeroepen voor een technisch probleem: de geluidsinstallatie van de kerk hapert. Een van haar taken is zorgen dat de techniek in het klooster werkt. Ik geniet van haar zachte Vlaamse tongval.

Wie zijn je ouders en hoe was je jeugd?

‘Ik ben in 1979 geboren in het Vlaamse dorpje Hooglede vlakbij Roeselare. Mijn ouders hadden beiden veel tegenslag met hun gezondheid en mijn vader overleed toen ik 19 jaar was. Als klein kind kwam ik daarom veelvuldig in het ziekenhuis. We gingen ook vaak naar Lourdes wat ik prachtig vond. In Lourdes was ik erg onder de indruk van het samen zijn met zoveel gelijkgerichte mensen.

abdij koningsoord

Wanneer voelde jij je roeping? Hoe ging dat?

In 1997 – ik was 18 – ging ik op kamers wonen in Antwerpen voor een studie tolk/vertaler Frans – Italiaans. Om af te studeren koos ik het boek “De minnaressen van Mussolini”. Vertalers kozen toen wel eens voor een verblijf in een klooster om de rust en concentratie te vinden voor het vertaalwerk. In België vond ik niets. Mijn moeder zei: “jij met jouw internetervaring, zoek maar iets in Italië”. Zo vond ik het eeuwenoude Dominicanessenklooster Sant’Anna in Nocera Inferiore, een plaatsje ten zuidoosten van Napels. Het is een prachtige heuvelachtige streek. Ik reisde erheen – het was inmiddels het jaar 2000 – en verwachtte op het stationnetje een auto om mij op te halen, maar toen kwam de broer van een van de zusters aanrijden op een Vespa. Met mijn 2 koffers achterop reden we naar het klooster. Op de oprijlaan wist ik het onmiddellijk: hier ben ik thuis! De klokken luidden om mij te verwelkomen want veel gasten kwamen er niet en een buitenlandse gast al helemaal niet. Ik verbleef er, zoals gasten gewoonlijk doen, in het gastenverblijf. Het was een slotklooster. Monialen (vrouwelijk voor monniken) zaten in die tijd nog achter tralies. Een van de zusters vroeg of ik aan haar Franse les wilde geven. Dit was voor mij een kans om toch in het ‘slot’ toegelaten te worden. Op het pleintje voor het klooster ontmoette ik een man met 3 dochters. Een van de dochters, een heel mooi 16 jarig meisje zei: “Ik ga straks een paar dagen in het klooster om te kijken of dat iets voor mij is” en ze zei dat zo gewoon, alsof ze een brood ging kopen. Dat raakte me!
Ik kreeg daarna zelf ook toestemming om de laatste 3 dagen van mijn verblijf in het slot door te brengen. Er werd daar zó mooi gezongen dat ik tegen mijn moeder zei toen ik haar belde: “Dit is de hemel!” Tegen moeder overste maakte ik duidelijk: “Ik wil hier blijven!”. Maar ze overtuigde mij om eerst mijn studie af te maken. Thuis tegen mijn moeder bleef ik er de hele tijd over praten.

Welke weg heb je afgelegd voordat je definitief je intrede deed?

Ik heb in 2000 nog in een dominicanessenklooster vlakbij klooster Grande Chartreuse in Frankrijk gewerkt en ook dáár het monastieke leven  ervaren. En weer later in abdij Koningsoord in Berkel-Enschot. Toen is er geleidelijk iets gaan verschuiven dat ik toch niet per se naar mijn geliefde Italië hoefde. De stilte, het contemplatieve bleef me trekken. Op 11 februari 2004, de dag van Onze Lieve Vrouw van Lourdes ben ik ingetreden en op 6 augustus 2010 heb ik mijn plechtige professie gedaan.

zusters van abdij koningsoord

Hoe is het kloosterleven nu?

Het is een heel geconcentreerd leven. Je leert jezelf ontzettend goed kennen. Je leeft samen met andere zusters en net als bij ieder mens schuurt dat af en toe en kom je allerlei hobbels tegen. Het is dan de opgave om bij jezelf te onderzoeken wat jouw hobbel is. Dat gaat niet altijd vanzelf, het vraagt wat van je. Je ‘ja-woord’, je belofte, ben je iedere dag en moet je elke dag hernieuwen; om trouw te zijn aan wie we zeggen te zijn.

Hoe zie je jouw bijdrage aan de wereld? Wat roept je?

Door ons koorgebed ervaar ik een bijdrage aan de wereld te zijn; een stabiliteit te zijn te midden van alle snelle en tijdelijke tendensen in de wereld. Het (koor)gebed is voor mij de kern van ons leven. Het is als de bomen die schijnbaar niets doen en toch de lucht zuiveren. Zo ervaar ik ons leven en ons gebed: we doen schijnbaar niets zinnigs of nuttigs en toch geloof ik dat het bijdraagt aan een betere wereld. En door hier met altijd dezelfde zusters op een vaste plek samen te leven, te bidden en te werken, geven we ook een getuigenis van echt en diep samen-leven, én van het belang van de stilte in ieder mensenleven.
Wat me gelukkig maakt is dàt we er zijn! Als koorleidster heb ik ook geluksmomenten als iets na veel inspanning lukt maar dat is vrij oppervlakkig. Het voelen dat dit mijn leven is, in harmonie met mijzelf, het thuiskomen in Zijn aanwezigheid. Woorden hebben hun beperkingen om uit te drukken wat ik ervaar. Voor mij is het: “God ís en daarin bewegen wij, leven wij, zíjn wij.”